Afgeleid van het werkwoord ’taarten’, wat zoiets betekent als het maken van taarten.
Getaart:
1. Het duidt dus op een activiteit die je hebt gedaan: Ik heb vandaag getaart (betekenis: ik heb vandaag een taart gemaakt)
2. Maar het duidt ook op je gesteldheid: Ik ben getaart (betekenis: Ik ben besmet met het taart-virus)
Laurens Kalhorn zegt
Afgeleid van het werkwoord ’taarten’, wat zoiets betekent als het maken van taarten.
Getaart:
1. Het duidt dus op een activiteit die je hebt gedaan: Ik heb vandaag getaart (betekenis: ik heb vandaag een taart gemaakt)
2. Maar het duidt ook op je gesteldheid: Ik ben getaart (betekenis: Ik ben besmet met het taart-virus)