Categorieën
Bon Mot du Jour neologismen wim t. schippers' neologismen

Brimstig

`brim·stig (bijv.nw)

Sfeerwoord voor onduidelijk, onbestemd of treurig, verzonnen door Wim T. Schippers.
(link)

Update: Rudy Cuperus schrijft:

Ik ben bijna 42, en ken dit woord van mijn grootouders. Ze kwamen van Het Bildt (het noordwesten van Friesland, Oude Bildtdijk)

In het boek “Verdomd interessant, maar gaat u verder: De taal van Wim T. Schippers” van Ingmar Heytze en Vrouwkje Tuinman staat dat Schippers het woord niet zelf heeft bedacht, maar opgepikt heeft van zijn (Zeeuwse?) vriendin (pag. 59):
“Het woord waarmee de weduwe Nel van der Hoed-Smulders in We zijn weer thuis de gemoedstoestand van zoon Simon Raaspit beschrijft: ‘Hij was weieens een beetje brimstig en had z’n melancholieke buien, maar zag toch altijd weer overal gauw een gat in.’
Het woord ‘brimstig’, wellicht afgeleid van het Engelse ‘brimful’, dat zoiets als ‘boordevol’ betekent of van ‘brims’ ofwel brems, horzel, zal vergeefs worden gezocht in de woordenboeken van Van Dale. Schippers pikte het op uit de familietaai van zijn vriendin Ellen Jens, en het schijnt van oorsprong Zeeuws te zijn. Hoewel ook Friezen ‘brimstich’ kunnen worden. Het is een uiterst sfeervol woord: zonder dat we precies weten wat ‘brimstig’ betekent, begrijpen we al snel dat het iets met somberheid, ongedurigheid of weerbarstigheid te maken moet hebben. Ook Schippers zelf wil nog wel eens tot brimstigheid vervallen. In een interview met de VPRO-Gids uit 1997 vertelt hij: ‘Interviews, gedver. Je wordt er altijd op afgerekend. Ik word er zo, zo brimstig van.’ ”
(verdomd interessant maar gaat u verder)

In het blad “Onze Taal” van december 2005 vond ik deze ingezonden brief:
“In de oplossing van de Taaltest (Onze Taal oktober) staat dat brimstig (‘korzelig’) een Wim T. Schippers-woord is, “waarschijnlijk uit het Zeeuws”. Maar ook in het Fries is het gangbaar, zij het geschreven als brimstich. Voor de etymologie verwijst het Wurdboek fan de Fryske taal/Woordenboek der Friese taal (dl. 3, blz. 216) naar het Nederlandse woord bremstig. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal vermeldt dit woord in deel III (1) op blz. 1276-1277, met als toevoeging: “Nog in vele gewesten bekend”. Het Friese brimstich betekent: ‘teeldriftig, tochtig (inz. van koeien)’, ‘bars, nors, korzelig, ontstemd’ en ‘onhandelbaar (van paarden)’.”
(Onze Taal)

In het ‘echte’ Fries heeft het dus een andere betekenis dan het volgens mij heeft, maar het Bildts is geen Friese, maar een Hollandse taal (achtergrondinfo: de roots van de meeste ‘Bilkers’ ligt in Zuid-Holland, waar de slikwerkers voor de inpoldering van de Middelzee oorspronkelijk vandaan kwamen, en het Fries en het Hollands door elkaar gehusseld hebben).

2 reacties op “Brimstig”

Ik denk niet dat Schippers dit woord heeft bedacht. Mijn grootouders, bepaald geen fans van Schippers, gebruikten dit woord als ze zich niet helemaal lekker voelden: “Heit is wat brimstig” (of bremstig). Ze kwamen van Het Bildt (het noordwesten van Friesland, Oude Bildtdijk).

Wim T. Schippers zelf vertelde op 28 september 2012 in het Radio1 programma VrijdagmiddagLive dat hij het woord ‘brimstig’niet zelf heeft verzonnen, maar dat het een woord uit het Zeeuws is en dat het in het Fries ook bestaat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.