• Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de voettekst

Paul van Buuren (blogger des vaderlands, ook)

  • Home
  • Bon Mot du Jour
  • Over mij
Home » Het verhaal van Prokrustes (uit de reis van Thesaus naar Athene)

Het verhaal van Prokrustes (uit de reis van Thesaus naar Athene)

Gustav Schwab – Griekse Mythen en Sagen

De onderstaande tekst komt uit ‘Griekse mythen en sagen‘, van Gustav Schwab. Ik heb bladzijdes 119 tot 121 gefotografeerd en overgezet naar tekst, om het verhaal van Prokrustes opnieuw te vertellen.

De jeugd van de held

In de tijd dat Herakles met zijn daden zich een weldoener toonde van de hulpelozen, regeerde in Athene koning Aigeus. Zijn stamvaders behoorden tot de roemrijkste personen van het land en waren volgens de sage uit de aarde zelf geboren. Daarom was het een bijzondere smart voor de koning, dat hij zonder erfgenaam bleef. Ook het Delphische Orakel gaf hem op zijn verzoek om raad geen troostvol antwoord: ‘Beter is het voor u, o koning Aigeus, geen zoon te hebben, want de nakomeling, die u zal worden geboren, zal u eens de dood aandoen.’

Toen vatte Aigeus het plan op om in het geheim te huwen. Op een van zijn reizen bezocht hij zijn vriend Pittheus, een afstammeling van de machtige Pelops, en daar won hij de liefde van Aithra, de dochter van zijn vriend, en nam haar tot vrouw. Hij bleef slechts korte tijd in Troizen. Toen hij weer naar Athene terugkeerde en van zijn jonge vrouw af- scheid moest nemen, verborg hij zijn zwaard en sandalen onder een rotsblok aan de kust. ‘Wanneer de goden ons een zoon schenken,’ zo gebood hij haar, ‘voed hem dan zo op, dat hij mij waardig is; maar ge moogt hem zijn afkomst niet verraden. Eerst als hij is opgegroeid en sterk genoeg is om deze rots terzijde te wentelen, dan mag hij mijn naam weten en mij in Athene komen opzoeken.’

Weldra aanschouwde Aithra’s zoon het daglicht. Zij noemde hem Theseus en liet hem onder toezicht van de koninklijke grootvader opvoeden. Het kind ontwikkelde zich tot een prachtige jongeling, die al zijn kameraden van gelijke leeftijd in schoondheid, kacht en verstand overtrof. Toen hij volwassen was, nam zijn moeder hem mee naar de geweldige steen aan de zeekust; met geringe moeite hief de sterke zoon hem op. Toen maakte zijn moeder hem zijn ware afkomst bekend. zij gebood hem de schonen aan de voeten te binden en reikte hem het zwaard over. Hij weigerde over zee naar Athene te reizen, zoals zijn moeder hem verzocht. De jeugdige held wilde te land van de Peloponnesos uit over de zeestraat trekken, want hij werd aangelokt door de gevaren, die overal dreigden, en voelde zich aangemoedigd om naar het voorbeeld van Herakles het land van rovers en monsters te bevrijden.

De reis naar Athene

In die dagen wemelde het land van struikrovers en bandieten. Zij maakten de wegen onveilig en mishandelden de reizigers, die hun in handen vielen.

Reeds op weg naar Korinthe kwam Theseus in aanraking met een gevreesde struikrover, die berucht was als knotszwaaier; zijn wapen was namelijk een met ijzer beslagen knots, waarmee hij de reizigers neersloeg. Hij waagde ook Theseus aan te vallen, toen deze vreedzaam voorbijging, maar de jongeling versloeg hem na een kort gevecht. Voortaan droeg hij de knots van de verslagene als een onoverwinnelijk wapen.

De overgang van de Isthmos van Korinthe werd door een niet minder gevaarlijke rover beheerst. Deze werd de sparrenbuiger genoemd, want hij placht vreemdelingen tussen de toppen van twee bijzonder hoge sparren, die hij met zijn geweldige kracht omgebogen had, vast te binden. Met wreed plezier genoot hij dan van het schouwspel, hoe de arme mensen uiteengerukt werden, wanneer hij de bomen omhoog liet schieten. Bij de strijd met hem kwam Theseus de buitgemaakte knots goed te pas; hij sloeg de reus, die grimmig op hem toekwam, met een hevige slag neer, en liet hem voor zijn wandaden boeten op dezelfde wijze, waarmee hij zoveel onschuldige slachtoffers wreed had omgebracht.

De inwoners der landen, waardoor Theseus reisde, prezen zijn heldenmoed, want overal zette hij zijn leven in om benarden te helpen. Zo worstelde hij moedig met een monster, dat de boeren vreselijke schade toebracht, een reusachtig wild zwijn, dat bovennatuurlijke kracht bezat en akkers en aanplantingen vernielde.

De held kwam aan de grenzen van Megara en Attika, waar alweer een geweldige reus het land bedreigde. Deze, gezeten op een steile rots bij de zee, dwong de voorbijtrekkende reizigers hem zijn voeten te wassen, en wanneer ze aan zijn bevel gehoorzaamden stiet hij ze naar omlaag in de zee. Ook hem versloeg Theseus zonder moeite en hem werd eveneens recht gedaan op zijn eigen misdadige manier: hij stortte van de steile rots dood terneer.

Na veel dergelijke avonturen bereikte de held de omgeving van Athene, zijn reisdoel. Maar een laatste had hij nog te doorstaan voor hij de stad kon betreden. Daar huisde een verschrikkelijke reus, die men vanwege zijn ruw bedrijf Prokrustes, de ‘ledenrekker’ placht te noemen. Dit gedrocht vierde zijn reuzekracht op de voorbijgangers bot op een bijzonder wrede wijze. Hij bezat twee ledikanten, één heel lang, het ander heel kort. Wie in zijn macht kwam, nodigde hij in zijn huis binnen en onthaalde hem met geveinsde vriendelijkheid. Wanneer dan de tijd voor de nachtrust was gekomen, leidde hij de gast in een in een van zijn beide slaapkamers. Was de gast van een grote lichaamsbouw, dan toonde hij hem het korte bed. ‘Helaas is de legerstede voor u wat klein, lieve gast,’ sprak hij dan honend; ‘maar ik zal u vlug helpen!’ Dan hiew hij de ongelukkige de benen af voorzover die buiten het ledikant uitstaken. Lieden met een klein lichaam leidde hij naar het grote bed en huichelde dan eveneens spijt, dat het niet de juiste maat had. ‘Maar ik zal u er passend voor maken,’ verklaarde hij dan met een grijns en rekte de weerloze zo lang uit, dat hij spoedig de geest gaf.

Bij Theseus kwam de monsterlijke reus bij de verkeerde te land. Toen hij ook hem zijn wreedheid wilde laten voelen, keerde de held de rollen om. Hij greep de reus beet en paste met geweld zijn lange lichaam aan het kleinste bed aan, zodat Prokrustes jammerlijk stierf.

Al deze daden werden weldra ruchtbaar. De inwoners van het land wensten hem zegen op zijn weg, waar hij ook maar voorbijtrok. Zelf gevoelde hij zich bedrukt, dat hij zoveel bloed had moeten vergieten. Daarop herademde hij, toen hij bij de rivier Kephisso een gastvrije ontvangst vond bij de vrome Phylatiden. Zij zuiverden hem volgens hun eerbiedwaardige gebruiken van alle vergoten bloed en onthaalden hem vriendelik, voordat hij zich nu naar de geboortestad van zijn vader begaf.

Koning Aigeus herkende zijn zoon terstond aan het zwaar en de sandalen en omhelsde hem vol vreugde, dat het lot hem tot steun zijn ouderdom en tot opvolger zulk een held had geschonken. Met blijdschap voerde hij hem naar het marktplein en stelde hem aan de volksvergadering voor als zijn zoon en erfgenaam. Juichend begroette het volg de beproefde jongeman, wiens roem door de verhalen van de dankbare landlieden al tot in de stad was doorgedrongen.

Theseus. De jeugd van de held

In de tijd dat Herakles met zijn daden zich een weldoener toonde van de hulpelozen, regeerde in Athene koning Aigeus. Zijn stamvaders behoorden tot de roemrijkste personen van het land en waren volgens de sage uit de aarde zelf geboren. Daarom was het een bijzondere smart voor de koning, dat hij zonder erfgenaam bleef. Ook het Delphische Orakel gaf hem op zijn verzoek om raad geen troostvol antwoord: 'Beter is het voor u, o koning Aigeus, geen zoon te hebben, want de nakomeling, die u zal worden geboren, zal u eens de dood aandoen.'
Toen vatte Aigeus het plan op om in het geheim te huwen. Op een van zijn reizen bezocht hij zijn vriend Pittheus, een afstammeling van de machtige Pelops, en daar won hij de liefde van Aithra, de dochter van zijn vriend, en nam haar tot vrouw. Hij bleef slechts korte tijd in Troizen. Toen hij weer naar Athene terugkeerde en van zijn jonge vrouw af- scheid moest nemen, verborg hij zijn zwaard en sandalen onder een rotsblok aan de kust. 'Wanneer de goden ons een zoon schenken,' zo gebood hij haar, 'voed hem dan zo op, dat hij mij waardig is; maar ge moogt hem zijn afkomst niet verraden. Eerst als hij is opgegroeid en sterk genoeg is om deze rots terzijde te wentelen, dan mag hij mijn naam weten en mij in Athene komen opzoeken.'
Weldra aanschouwde Aithra's zoon het daglicht. Zij noemde hem Theseus en liet hem onder toezicht van de koninklijke grootvader opvoeden. Het kind ontwikkelde zich tot een prachtige jongeling, die al zijn kameraden van gelijke leeftijd in schoondheid, kacht en verstand overtrof. Toen hij volwassen was, nam zijn moeder hem mee naar de geweldige steen aan de zeekust; met geringe moeite hief de sterke zoon hem op. Toen maakte zijn moeder hem zijn ware afkomst bekend. zij gebood hem de schonen aan de voeten te binden en reikte hem het zwaard over. Hij weigerde over zee naar Athene te reizen, zoals zijn moeder hem verzocht. De jeugdige held wilde te land van de Peloponnesos uit over de zeestraat trekken, want hij werd aangelokt door de gevaren, die overal dreigden, en voelde zich aangemoedigd om naar het voorbeeld van Herakles het land van rovers en monsters te bevrijden.
De reis naar Athene

In die dagen wemelde het land van struikrovers en bandieten. Zij maakten de wegen onveilig en mishandelden de reizigers, die hun in handen vielen.
Reeds op weg naar Korinthe kwam Theseus in aanraking met een gevreesde struikrover, die berucht was als knotszwaaier; zijn wapen was namelijk een met ijzer beslagen knots, waarmee hij de reizigers neersloeg. Hij waagde ook Theseus aan te vallen, toen deze vreedzaam voorbijging, maar de jongeling versloeg hem na een kort gevecht. Voortaan droeg hij de knots van de verslagene als een onoverwinnelijk wapen.
De overgang van de Isthmos van Korinthe werd door een niet minder gevaarlijke rover beheerst. Deze werd de sparrenbuiger genoemd, want hij placht vreemdelingen tussen de toppen van twee bijzonder hoge sparren, die hij met zijn geweldige kracht omgebogen had, vast te binden. Met wreed plezier genoot hij dan van het schouwspel, hoe de arme mensen uiteengerukt werden, wanneer hij de bomen omhoog liet schieten. Bij de strijd met hem kwam Theseus de buitgemaakte knots goed te pas; hij sloeg de reus, die grimmig op hem toekwam, met een hevige slag neer, en liet hem voor zijn wandaden boeten op dezelfde wijze, waarmee hij zoveel onschuldige slachtoffers wreed had omgebracht.
De inwoners der landen, waardoor Theseus reisde, prezen zijn heldenmoed, want overal zette hij zijn leven in om benarden te helpen. Zo worstelde hij moedig met een monster, dat de boeren vreselijke schade toebracht, een reusachtig wild zwijn, dat bovennatuurlijke kracht bezat en akkers en aanplantingen vernielde.
De held kwam aan de grenzen van Megara en Attika, waar alweer een geweldige reus het land bedreigde. Deze, gezeten op een steile rots bij de zee, dwong de voorbijtrekkende reizigers hem zijn voeten te wassen, en wanneer ze aan zijn bevel gehoorzaamden stiet hij ze naar omlaag in de zee. Ook hem versloeg Theseus zonder moeite en hem werd eveneens recht gedaan op zijn eigen misdadige manier: hij stortte van de steile rots dood terneer.
Na veel dergelijke avonturen bereikte de held de omgeving van Athene, zijn reisdoel. Maar een laatste had hij nog te doorstaan voor hij de stad kon betreden. Daar huisde een verschrikkelijke reus, die men vanwege zijn ruw bedrijf Prokrustes, de 'ledenrekker' placht te noemen. Dit gedrocht vierde zijn reuzekracht op de voorbijgangers bot op een bijzonder wrede wijze. Hij bezat twee ledikanten, één heel
lang, het ander heel kort. Wie in zijn macht kwam, nodigde hij in zijn huis binnen en onthaalde hem met geveinsde vriendelijkheid. Wanneer dan de tijd voor de nachtrust was gekomen, leidde hij de gast in een in een van zijn beide slaapkamers.
Was de gast van een grote lichaamsbouw, dan toonde hij hem het korte bed. 'Helaas is de legerstede voor u wat klein, lieve gast,' sprak hij dan honend; 'maar ik zal u vlug helpen!' Dan hiew hij de ongelukkige de benen af voorzover die buiten het ledikant uitstaken. Lieden met een klein lichaam leidde hij naar het grote bed en huichelde dan eveneens spijt, dat het niet de juiste maat had. 'Maa ik zal u er passend voor maken,' verklaarde hij dan met een grijns en rekte de weerloze zo lang uit, dat hij spoedig de geest gaf.
Bij Theseus kwam de monsterlijke reus bij de verkeerde te land. Toen hij ook hem zijn wreedheid wilde laten voelen, keerde de held de rollen om. Hij greep de reus beet en paste met geweld zijn lange lichaam aan het kleinste bed aan, zodat Prokrustes jammerlijk stierf.
Al deze daden werden weldra ruchtbaar. De inwoners van het land wensten hem zegen op zijn weg, waar hij ook maar voorbijtrok. Zelf gevoelde hij zich bedrukt, dat hij zoveel bloed had moeten vergieten. Daarop herademde hij, toen hij bij de rivier Kephisso een gastvrije ontvangst vond bij de vrome Phylatiden. Zij zuiverden hem volgens hun eerbiedwaardige gebruiken van alle vergoten bloed en onthaalden hem vriendelik, voordat hij zich nu naar de geboortestad van zijn vader begaf.
Koning Aigeus herkende zijn zoon terstond aan het zwaar en de sandalen en omhelsde hem vol vreugde, dat het lot hem tot steun zijn ouderdom en tot opvolger zulk een held had geschonken. Met blijdschap voerde hij hem naar het marktplein en stelde hem aan de volksvergadering voor als zijn zoon en erfgenaam. Juichend begroette het volg de beproefde jongeman, wiens roem door de verhalen van de dankbare landlieden al tot in de stad was doorgedrongen.
12 mei 2026

Footer

Contact

  • info@paulvanbuuren.nl
  • Mastodon
  • Mijn leeslijst op StoryGraph
  • LinkedIn